Wat komt u eigenlijk doen?

Wat komt u eigenlijk doen? … Een plotselinge vraag, van een mevrouw waar ik als vrijwilliger voor het eerst op bezoek kwam, een nieuwe cliënt van Motto.

Ik zat bij die mevrouw aan tafel, en ze had me al van alles verteld. Over haar jeugd, haar huwelijk, over de moeilijke dingen, maar ook de blije gebeurtenissen. Over de grote veranderingen in haar leven. Over haar heup die ze had gebroken. Over allerlei dingen die haar hadden gebracht tot het moment waar ze nu was. Haar levensverhaal.  En plotseling stopte ze, keek me nog eens goed aan en vroeg die vraag: wat komt u nu eigenlijk doen?

Ik moet zeggen, ik moest even nadenken, ze overviel me met die vraag. Wist ze dan niet wat ik kwam doen? Wat kwam ik eigenlijk doen? Wist ik het zelf eigenlijk wel? Ja, natuurlijk, ik kwam haar ondersteunen bij haar levensvragen door een luisterend oor te bieden. Maar ja, kon ik haar dat zo zeggen? Ik dacht van niet.

Dus ik begon voorzichtig: ik heb uw naam doorgekregen van mevrouw Lommers, van Motto… ‘Oh ja…’, er ging haar een lichtje op… ‘dat is die mevrouw die ik helemaal geen thee heb aangeboden  … ja, ze ging weg en toen zag ik dat alles er nog stond …, de volle theepot, de kopjes … Ja, ze kon zich die mevrouw goed herinneren.

…En ze vertelde verder. Over mensen waarmee je kon praten over de belangrijke dingen van het leven, over dat de meeste mensen die langskwamen alleen maar praatten over die onbelangrijke dingen van: wat heb je leuke gordijnen, of weet je het al, van die en die…

En weer keek ze me aan: maar wat komt u nu eigenlijk doen? Nou, dit keer wist ik het antwoord wel: ‘ik kom met u praten over de dingen die u belangrijk vindt’. Als ze had gekund had ze een gat in de lucht gesprongen.

Dat deed ze niet, maar het was wel duidelijk dat er iets in haar opvlamde. Haar ogen straalden. Er ontstak een innerlijk vonkje, zo zou ik het kunnen noemen. En als ik zo’n vonkje zie, dan springt dat vonkje ook naar mij over, dan begint het bij mij van binnen ook warm te worden.

Nu hadden die mevrouw en ik het geluk dat we beiden dezelfde dingen belangrijk vonden. En ik ben blij dat Motto zo veel mogelijk zorgt voor een goede match tussen de cliënt en de vrijwilliger. De kans dat er een vonkje overspringt wordt dan veel groter. De kans dat het gesprek zich zal verdiepen ook.

Ik bezoek twee dames, twee cliënten van Motto, en met beide bestaat zo’n match, het klikt. En dan kunnen er in een gesprek mooie dingen gebeuren. Zo merk ik bijvoorbeeld hoe zij, al vertellende, hun leven op een rij zetten. Hoe het hun helpt om door hun verhalen weer een beetje grip te krijgen op de situatie, of weer die broodnodige zelfwaardering.

Maar ook voor mijzelf gebeuren er mooie dingen en ervaar ik de gesprekken als een verrijking. Ieder mens heeft zijn eigen verhaal, ieder mensenleven is bijzonder, ieder mens is mooi op zijn eigen manier, en om dat te zien, wekt bij mij iedere keer weer verwondering. Ik kan daar enorm van genieten.

En ik denk dat dit belangrijk is in het vrijwilligerswerk. Vroeger leerde ik dat we op de wereld zijn om te dienen, je werd vooral vrijwilliger om iets te doen voor de medemens. Ik zo zie ik het ook nog wel steeds, maar ik heb ontdekt dat dit werk ook iets te bieden heeft voor mijzelf, en dat dat ook mag. Misschien nog sterker: ik hou het denk ik vooral vol doordat ik ook iets ontvang in de bezoeken. De dames die ik bezoek hebben ook mij iets te bieden en ik hoop dat ze dat ook merken. Dat geeft uiteindelijk toch ook positieve zin aan hun leven.

Als het zo werkt, als er niet alleen ‘een geven’ is van de ene kant en een ‘alleen maar ontvangen’ van de andere kant, maar dat er een wederkerigheid is in het bezoek, dan is er een balans in het contact. Dan hoop ik niet alleen ‘zin’ te brengen, maar dan krijgt ook mijn leven zin. En dan weet ik precies wat ik tijdens dat bezoek kom doen.

◄ Terug