Nasrien

Sint voor Kint

‘Ze konden eindelijk ook pronken met hun cadeau’

Nasrien woont met haar dochters Mia, Inayah en zoons Fayyad en Zakkariyya in Rotterdam West. Ze leven in armoede, maar zitten niet bij de pakken neer. Toch is het niet altijd makkelijk. Even naar de winkel om iets nieuws te kopen zoals leuke kleding of cadeautjes, zit er voor hen niet in. En dat is vooral tijdens de decembermaanden, waarin alle kinderen om hen heen wél cadeautjes krijgen, lastig. Toen Nasrien cadeaubonnen van Sint voor Kint kreeg, was het hele gezin dan ook door het dolle heen.

Pesten
‘Arm zijn is misschien niet eens het ergste,’ zegt Nasrien. ‘maar, het grootste probleem is dat mijn kinderen daarop worden aangesproken of gepest, omdat ze niet de kleding of de spullen hebben die andere kinderen wel hebben.’ Omdat het gezin onvoldoende financiële middelen heeft, ontvangen ze tweedehands kleren van de Kledingbank Rotterdam en voedselpakketten van de Voedselbank. ‘Tegen mijn zoon zeggen ze dan: “Heeft je moeder weer kleding uit de prullenbak gehaald?” Dat doet heel erg pijn.’ Dochter Inaya; ‘Ik weet ook nog wel dat het spel Pokémon heel populair was. Iedereen had het erover op het schoolplein en ook de meisjes liepen ermee. Ik vond Pokémon ook heel erg leuk, maar wij hadden er geen geld voor dus ik kon niet meedoen en daarom werd ik gepest. Dat vond ik heel erg jammer.’ Nasrien: ‘Het zijn natuurlijk ook andere tijden, vroeger was je al blij als je lekker buiten speelde en busjetrap deed met elkaar, maar tegenwoordig gaat het meer om gadgets en games en als je geen telefoon hebt, dan hoor je er gewoon niet bij. En het ligt ook aan de opvoeding thuis, want de kinderen zouden moeten leren dat het niet vanzelfsprekend is om altijd maar nieuwe dingen te krijgen en dat ze niet gemeen hoeven te doen tegen kinderen die het minder goed hebben.’

Wat je geeft, krijg je ook weer terug
Nasrien gaat niet alleen naar de Voedselbank om een krat met eten en drinken te ontvangen, ze werkt er zelf ook als vrijwilliger om pakketten uit te delen aan andere mensen die dat nodig hebben. ‘Soms trek ik de mensen uit de buurt over de streep om ook naar de Voedselbank te komen, want ze durven vaak niet te komen. Schaamte is nog zo’n probleem van armoede. Je ziet het niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen. Mensen schamen zich om hulp te vragen. Wij mensen, of we nu arm zijn of rijk, hebben allemaal een schaamte. Maar je hoeft het helemaal niet te verbergen. Wij bestempelen elkaar allemaal zó erg, dat we onszelf naar beneden halen.
Maar je staat er niet alleen voor.’

‘Als de mensen uit de wijk mij zien, dan herkennen ze me, geven ze me een knuffel en een lach. Dáár doe ik het voor, want een lach is voor mij meer waard dan geld. Wat je geeft, krijg je ook weer terug. Ik vind het heel bijzonder om die warmte te voelen. En iedereen is hier gelijk, het maakt niet uit wie je bent of wat voor geloof je hebt. Dat vind ik heel mooi. Maar als ik al die ouderen en kinderen zie binnenkomen bij de Voedselbank, dan vraag ik me wel eens af: hoe kan het toch dat er mensen in Europa zo in armoede leven? Soms spreek ik vrienden uit Pakistan en die vallen achterover van verbazing. Ja, die denken dat wij hier in het Westen in een groot huis leven met een grote auto voor de deur. Nou, nee.’

Sint voor Kint
Bij de Voedselbank hoorde Nasrien over de speciale Intertoys cadeaubonnen van Sint voor Kint, voor kinderen van ouders die het wat moeilijker hebben. Tot haar grote vreugde kwamen haar kinderen hier ook voor in aanmerking. ‘We konden nooit iets nieuws kopen, laat staan speelgoed van Intertoys. We deden het altijd met de spullen die we al hadden of we kregen oud speelgoed van anderen via het vrijwilligerswerk dat we deden. Dus toen we die bonnen kregen was de verrassing en het ongeloof heel groot. “Nee echt?!”, gilden ze hier in huis. “Oh wauw, is dit voor mij? Is dit echt voor mij? Mogen we cadeautjes kopen?” Die verbazing en blijdschap op die gezichtjes. Ik dacht echt: God is groot, toen ik die lach op hun gezicht zag. Ze waren zo blij en dankbaar en wisten niet hoe ze moesten reageren.’

Iets nieuws kopen voor jezelf
‘Met de cadeaubon kon ik eindelijk iets kon kopen wat ik echt leuk vond. Een game die ik leuk vond om te spelen, die ik zelf kon uitkiezen én die ik niet hoefde te delen’, zegt Inaya. Zoon Zakkariyya: ‘Het was heel bijzonder want wij hebben al ons geld nodig om de huur te betalen of eten te kopen. Aan cadeaus kunnen we nooit denken, maar nu konden we voor één keer dus iets leuks kopen. En dat ik iets nieuws mocht uitkiezen, helemaal voor mezelf, dat had ik nog nooit gehad!’ Nasrien: ‘Toen we naar de winkel gingen, zei ik: “Jongens, ik ga er wel even bij zitten”, want ik wist dat het wel even zou kunnen duren in die winkel, haha. Ze wisten natuurlijk niet wat ze moesten kopen.’ Zakkariyya: ‘Ik had nog extra geluk ook, want de videogame die ik wilde kost normaal boven de vijftig euro, maar die was nu heel erg afgeprijsd, dus daardoor kon ik hem toch kopen met de bon.’

‘Ik denk dat het belangrijkste is dat ze dankzij die bonnen en de spulletjes die ze daarmee konden kopen er eindelijk bij hoorden’, zegt Nasrien. ‘Ze werden altijd gepest door anderen kinderen. Zo van: “Kijk eens wat ik heb? Jij hebt dat allemaal niet.” Maar nu konden ze eindelijk ook pronken met hun cadeau. Ja, we zijn heel blij met Sint voor Kint. Ik wou dat het er ook was toen ik nog kind was, haha. Toen ze de bonnen kregen zeiden mijn kinderen: “Ach, maar mama heeft nu niks!” Ze wilden zelfs allemaal vijf euro aan mij geven, zodat ik ook iets kon uitzoeken voor mezelf. Dat hoeft natuurlijk helemaal niet, maar ik vond het zo’n mooi gebaar. Dat zij dat besef hebben dat ze genoeg hebben en graag willen delen, dat vind ik het mooiste cadeau.’